Bijgewerkt op
Netto WW-uitkering berekenen 2026
Het bruto bedrag zegt weinig: wat telt is wat UWV maandelijks overmaakt. De tool past de loonheffing 2026 toe zoals UWV dat doet.
Netto WW-uitkering per maand (vanaf maand 3)
€ 1.717
Eerste 2 maanden € 2.430 bruto · 8 maanden · totaal € 18.468 bruto
| Dagloon | € 148,97 |
| Maand 1–2: 75 % van dagloon × 21,75 | € 2.430 |
| Vanaf maand 3: 70 % | € 2.268 |
| Netto maand 1–2 (groene tabel) | € 1.821 |
| Netto vanaf maand 3 | € 1.717 |
| Duur (arbeidsverleden 8 jaar) | 8 maanden |
| Einde uitkering (indicatie) | 18 mei 2027 |
| Totaal bruto / netto over de hele periode | € 18.468 / € 13.942 |
| Transitievergoeding (5,0 dienstjaren) | € 5.399 bruto · ≈ € 3.026 netto |
Maximumdagloon € 304,25 tot 1 juli 2026, daarna € 309,91. Netto: loonheffing 2026 met algemene heffingskorting, zonder arbeidskorting; UWV houdt ook vakantiegeld (8 %) apart in.
Netto WW per salaris (vanaf maand 3)
| Bruto salaris/maand | WW bruto (70 %) | WW netto | Netto % van WW | Netto WW % van oud salaris incl. vak.geld |
|---|---|---|---|---|
| € 2.000 | € 1.512 | € 1.231 | 81,4% | 57,0% |
| € 2.500 | € 1.890 | € 1.474 | 78,0% | 54,6% |
| € 3.000 | € 2.268 | € 1.717 | 75,7% | 53,0% |
| € 3.500 | € 2.646 | € 1.949 | 73,7% | 51,6% |
| € 4.000 | € 3.024 | € 2.168 | 71,7% | 50,2% |
| € 5.000 | € 3.780 | € 2.595 | 68,7% | 48,1% |
| € 6.000 | € 4.536 | € 3.019 | 66,6% | 46,6% |
Hoe de loonheffing op WW werkt
UWV houdt loonheffing in volgens de groene tabel (uitkeringen). Het tarief in 2026: 35,75 % tot € 38.883, 37,56 % tot € 78.426 en 49,50 % daarboven, verminderd met de algemene heffingskorting (maximaal € 3.115, afbouwend vanaf € 29.736). De arbeidskorting vervalt. Daarnaast reserveert UWV 8 % vakantiegeld, dat u in mei ontvangt: het maandbedrag op uw rekening is daardoor lager dan het jaarbedrag ÷ 12.
Loonheffingskorting: wel of niet laten toepassen
De algemene heffingskorting mag maar bij één inkomen tegelijk worden verrekend. Heeft u naast de WW geen ander inkomen, laat UWV de korting dan toepassen; anders betaalt u maandelijks te veel belasting en krijgt u het pas na de aangifte terug. Werkt u naast de WW en past de werkgever de korting al toe, dan moet UWV zonder korting inhouden. Het formulier daarvoor zit in de aanvraag en kan later worden gewijzigd in Mijn UWV. De rekentool gaat ervan uit dat de korting bij UWV wordt toegepast en dat de WW uw enige inkomen is.
Wat het netto bedrag beïnvloedt
| Factor | Effect op het netto maandbedrag |
|---|---|
| Algemene heffingskorting toegepast | Tot € 260 per maand meer, afbouwend boven € 29.736 jaarinkomen |
| Geen arbeidskorting | Enkele honderden euro’s per maand minder dan bij hetzelfde bruto uit werk |
| Reservering vakantiegeld 8 % | Maandbedrag ≈ 92,6 % van het bruto; uitbetaling in mei |
| Transitievergoeding in hetzelfde jaar | Hoger jaarinkomen: hogere schijf en lagere heffingskorting bij de aangifte |
| Salaris uit het begin van het jaar | Idem: bijbetaling of teruggave bij de aangifte |
| Inkomen naast de WW | Verrekend voor 70 %; loonheffing over het restant |
Waarom het netto na twee maanden daalt
De WW bedraagt de eerste twee maanden 75 procent van het dagloon en daarna 70 procent. Bruto is dat een daling van vijf procentpunt, maar netto valt de terugval kleiner uit dan veel mensen verwachten. De reden is de schijvenstructuur: over het weggevallen deel werd het hoogste marginale tarief ingehouden, terwijl de heffingskortingen bij een lager inkomen juist minder worden afgebouwd. Bij een modaal dagloon blijft er van de bruto daling netto grofweg twee derde over.
Datzelfde mechanisme werkt de andere kant op wanneer de uitkering begint. Wie in juni werkloos wordt, heeft in het eerste halfjaar het volle salaris én de arbeidskorting gehad; de loonheffing op de WW wordt echter berekend alsof de uitkering het hele jaar het enige inkomen is. Daardoor lijkt het netto van de eerste WW-maand hoger dan het uiteindelijk blijkt te zijn, en volgt de correctie pas bij de aangifte. Wie daar rekening mee wil houden, rekent het jaarinkomen door in plaats van alleen de maanduitkering.
Wat er verder van de WW af gaat
De loonheffing is de grootste inhouding, maar niet de enige post die het bedrag op uw rekening bepaalt. Vier zaken komen er nog bij, en ze verklaren vrijwel elk verschil tussen de berekening hier en wat het UWV daadwerkelijk overmaakt:
- Vakantiegeld wordt apart gereserveerd. Het UWV houdt 8 procent vakantietoeslag in en betaalt die in mei uit, of eerder bij het einde van de uitkering. De maanduitkering is dus lager dan de bruto WW suggereert, terwijl er in mei een extra betaling volgt.
- De zorgverzekering blijft doorlopen. Die betaalt u zelf, naast de WW. Bij een laag inkomen kan de zorgtoeslag stijgen, omdat het toetsingsinkomen daalt; dat verandert echter niet automatisch, u moet het zelf doorgeven aan de Belastingdienst.
- Pensioenopbouw stopt in beginsel. Sommige pensioenfondsen kennen een voortzetting bij werkloosheid, geheel of gedeeltelijk gefinancierd uit het fonds, maar dat is geen recht en moet meestal binnen enkele maanden worden aangevraagd.
- Verrekening van inkomsten. Verdient u naast de WW, dan wordt 70 procent van die inkomsten met de uitkering verrekend. Dat gebeurt achteraf, via het inkomstenformulier, waardoor de betaling per maand kan schommelen.
Denk ook aan de toeslagen die op het verzamelinkomen zijn gebaseerd: huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget worden hoger bij een lager inkomen, maar pas nadat u de wijziging doorgeeft. Wie dat laat, krijgt het verschil bij de definitieve toekenning terug — precies in de maanden waarin het geld het hardst nodig is.
Netto WW en de jaaraangifte
Omdat de WW meestal midden in een jaar begint, klopt de maandelijkse inhouding zelden precies met de uiteindelijke belasting over het hele jaar. Een half jaar salaris met arbeidskorting plus een half jaar WW zonder arbeidskorting geeft in de aangifte vaak een kleine teruggave, omdat de arbeidskorting over het jaarloon uit werk wordt herrekend. Een transitievergoeding in hetzelfde jaar werkt de andere kant op: de vergoeding wordt tegen het bijzondere tarief ingehouden, maar in de aangifte telt ze mee voor de afbouw van de algemene heffingskorting, wat tot bijbetaling kan leiden. Zet daarom een deel van een hoge vergoeding opzij tot na de aangifte. De pagina Transitievergoeding berekenen geeft het netto bedrag van de vergoeding.
Veelgestelde vragen
Waarom is netto WW relatief lager dan netto salaris?
Omdat de arbeidskorting alleen geldt voor inkomen uit tegenwoordige arbeid, en een uitkering dat niet is. Bij salaris loopt die korting op tot € 5.685 per jaar; over de WW krijgt u haar niet. De algemene heffingskorting geldt wél, maar alleen als u UWV vraagt haar toe te passen — vergeet u dat, dan houdt UWV te veel loonheffing in en krijgt u het pas terug via de aangifte.
Wanneer krijg ik vakantiegeld over WW?
UWV reserveert maandelijks 8 % van uw bruto-uitkering als vakantiegeld en betaalt dat bedrag in mei uit, over de periode sinds de vorige uitbetaling. Eindigt uw uitkering eerder in het jaar, dan wordt het gereserveerde bedrag bij die beëindiging afgerekend. Het vakantiegeld is belast in het jaar van uitbetaling, en verschijnt dus niet in het maandbedrag dat de rekentool toont.
Moet ik nog belasting bijbetalen?
Dat kan. UWV houdt loonheffing in alsof de uitkering uw enige inkomen is. Ontving u in hetzelfde jaar ook salaris en eventueel een transitievergoeding, dan komt het totaal hoger uit: een deel kan in een hogere schijf vallen en de algemene heffingskorting bouwt sneller af. Het verschil wordt bij de aangifte inkomstenbelasting verrekend, wat in het jaar van ontslag vaak op bijbetalen uitdraait.
Gerelateerde tools & gidsen
Bronnen
Geschreven door Mottalib Radif
MBA INSEAD · Ingenieur (Mines Saint-Étienne) · Persoonlijke financiën en arbeidsrecht
Bijgewerkt op · Redactiestatuut · Contact
Cijfers 2026, laatst bijgewerkt op 2026-09-16