Voorwaarden voor een WW-uitkering
Vijf voorwaarden, één valkuil: verwijtbaarheid. Zo zit het.
Bijgewerkt op · Mottalib Radif · Redactiestatuut
De vijf voorwaarden
| Voorwaarde | Toelichting |
|---|---|
| Verzekerd voor de WW | Werknemer in loondienst (ook uitzendkracht, oproepkracht); geen zzp’er of DGA |
| Urenverlies | Minstens 5 uur per week (of de helft bij minder dan 10 uur) én geen recht op loon over die uren |
| Beschikbaar | Direct beschikbaar voor werk; niet ziek, niet in detentie, niet in het buitenland zonder toestemming |
| Wekeneis | 26 van de laatste 36 weken minstens 1 uur gewerkt |
| Niet verwijtbaar werkloos | Geen ontslag op eigen verzoek zonder dringende reden, geen ontslag op staande voet door eigen toedoen |
Verzekerd zijn: wie is werknemer?
De WW verzekert werknemers: iedereen die in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking werkt en onder de AOW-leeftijd is. Daaronder vallen ook uitzendkrachten, oproepkrachten, payrollmedewerkers, thuiswerkers en, sinds 2020, ambtenaren. Niet verzekerd zijn zelfstandigen, freelancers en directeuren-grootaandeelhouders met een doorslaggevende stem in hun eigen bv, omdat zij geen gezagsverhouding kennen. Ook wie na de AOW-leeftijd doorwerkt, is niet meer verzekerd: de premie vervalt en bij ontslag is er geen WW, wel AOW. Twijfelgevallen, zoals een minderheidsaandeelhouder-bestuurder of een meewerkende partner, beoordeelt UWV aan de hand van de statuten en de feitelijke verhoudingen.
Urenverlies en loonverlies
Werkloos is wie minstens vijf arbeidsuren per week verliest, of de helft van zijn uren als hij minder dan tien uur per week werkte, en over die uren geen recht op loon meer heeft. Beide elementen zijn nodig. Wie van veertig naar dertig uur teruggaat, verliest tien uur en kan voor die uren een gedeeltelijke WW krijgen. Wie geschorst wordt met behoud van loon, verliest uren maar geen loon en is dus niet werkloos. Wie vrijgesteld is van werk tijdens de opzegtermijn en doorbetaald krijgt, evenmin; de WW begint pas na de opzegtermijn. Bij een oproepcontract vergelijkt UWV het gemiddelde van de laatste 26 weken met de nieuwe situatie.
Beschikbaar voor werk
U moet in staat en bereid zijn om direct werk te aanvaarden. Dat sluit uit: ziekte (dan geldt de Ziektewet of loondoorbetaling), detentie, verblijf in het buitenland zonder toestemming, een voltijdstudie met studiefinanciering, en langdurige onbetaalde activiteiten die het zoeken naar werk in de weg staan. Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn toegestaan met toestemming van UWV, zolang u beschikbaar blijft. Een vakantie van maximaal twintig dagen per jaar is toegestaan na melding. Wie gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, kan WW krijgen voor het deel waarvoor hij nog kan werken, naast een eventuele WIA-uitkering.
De wekeneis in de praktijk
In de 36 weken vóór de eerste werkloosheidsdag moet u in minstens 26 weken minimaal één uur hebben gewerkt in loondienst. Weken met ziekte, vakantie of verlof tijdens een lopend dienstverband tellen als gewerkte weken; weken waarin u een Ziektewet- of WW-uitkering had, tellen niet, maar schuiven de periode van 36 weken op. Kortdurende werkloosheid tussen twee contracten is dus geen probleem, zolang de 26 weken binnen de opgeschoven periode vallen. Voor musici, artiesten en filmmedewerkers geldt een verlaagde eis van 16 van 39 weken. De jareneis, vier van de vijf voorgaande jaren gewerkt, is geen voorwaarde voor het recht maar voor de duur boven drie maanden; zie Hoe lang WW?.
Verwijtbaar werkloos: de toets van UWV
UWV weigert de uitkering geheel als u zelf ontslag nam zonder dringende reden of als de werkgever u om een dringende reden ontsloeg, bijvoorbeeld wegens diefstal, geweld, herhaalde werkweigering of fraude. Een dringende reden voor uzelf om op te zeggen is een situatie waarin van u redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat u blijft: structureel niet betaald loon, ernstige onveiligheid, intimidatie die de werkgever niet aanpakt, of een verhuizing van de partner waarbij pendelen onmogelijk is. UWV legt de lat hoog en verlangt bewijs. Bij een ontslag op staande voet dat u aanvecht, kan UWV een voorschot geven; vernietigt de rechter het ontslag, dan vervalt de verwijtbaarheid.
| Manier van beëindigen | Verwijtbaar? | WW? |
|---|---|---|
| Tijdelijk contract loopt af | Nee | Ja |
| Ontslag via UWV of kantonrechter | Nee | Ja |
| Vaststellingsovereenkomst op initiatief werkgever | Nee | Ja, na (fictieve) opzegtermijn |
| Vaststellingsovereenkomst op eigen initiatief | Ja | Nee |
| Zelf opzeggen zonder dringende reden | Ja | Nee |
| Zelf opzeggen met dringende reden (bewezen) | Nee | Ja |
| Ontslag op staande voet, terecht | Ja | Nee |
| Ontslag op staande voet, vernietigd door rechter | Nee | Ja, met terugwerkende kracht |
| Ontslag in proeftijd door werkgever | Nee | Ja |
| Niet verlengen van tijdelijk contract dat u zelf afwees | Ja, meestal | Nee |
Bij verwijtbaarheid kan UWV in plaats van een volledige weigering een maatregel opleggen als de verwijtbaarheid gering is, bijvoorbeeld een korting van 35 % gedurende enkele maanden. Tegen elke weigering staat binnen zes weken bezwaar open, en de praktijk leert dat goed onderbouwde bezwaren over vaststellingsovereenkomsten regelmatig slagen.
Vaak vergeten: de AOW-grens en de dienstbetrekking in het buitenland
Twee situaties leveren regelmatig een afwijzing op die had kunnen worden voorzien. Wie in de maand van ontslag de AOW-leeftijd bereikt, krijgt geen WW meer, ook niet voor de dagen vóór de AOW-datum als de eerste werkloosheidsdag daarna ligt. En wie voor een buitenlandse werkgever werkte zonder Nederlandse sociale verzekering, bijvoorbeeld op een lokaal contract in Duitsland of België, is in Nederland niet verzekerd; de uitkering moet dan in het werkland worden aangevraagd, waarna hij met een U2-formulier drie maanden mee naar Nederland kan. Grensarbeiders die in Nederland wonen en in het buitenland werkten, vragen bij volledige werkloosheid juist in Nederland aan, op basis van het buitenlandse loon.
Aanvragen
Vraag WW aan via werk.nl, het liefst een week vóór tot uiterlijk een week na uw laatste werkdag. Binnen 4 weken beslist UWV. Na de aanvraag start de sollicitatieplicht: vier sollicitatieactiviteiten per vier weken.
Bij de aanvraag geeft u uw laatste werkgever, de reden van beëindiging, uw arbeidsverleden vóór 2006 en uw bankrekening op. Voeg de ontslagbrief, de vaststellingsovereenkomst of de beschikking van UWV of de rechter toe. Vraagt u later dan een week na de eerste werkloosheidsdag aan, dan gaat de uitkering pas in op de dag van de aanvraag, tenzij u een goede reden had; te laat aanvragen kost dus uitkeringsdagen, geen recht. De rekentool laat zien wat u kunt verwachten zodra de aanvraag is toegekend.