Bijgewerkt op
Transitievergoeding berekenen 2026
1/3 bruto maandsalaris per dienstjaar, naar rato voor delen van een jaar, maximaal € 102.000 of een jaarsalaris als dat hoger is. De tool toont bruto én netto, naast uw WW-rechten.
Transitievergoeding (bruto)
€ 5.399
≈ € 3.026 netto · 5,0 dienstjaren
| Dagloon | € 148,97 |
| Maand 1–2: 75 % van dagloon × 21,75 | € 2.430 |
| Vanaf maand 3: 70 % | € 2.268 |
| Netto maand 1–2 (groene tabel) | € 1.821 |
| Netto vanaf maand 3 | € 1.717 |
| Duur (arbeidsverleden 8 jaar) | 8 maanden |
| Einde uitkering (indicatie) | 18 mei 2027 |
| Totaal bruto / netto over de hele periode | € 18.468 / € 13.942 |
| Transitievergoeding (5,0 dienstjaren) | € 5.399 bruto · ≈ € 3.026 netto |
Maximumdagloon € 304,25 tot 1 juli 2026, daarna € 309,91. Netto: loonheffing 2026 met algemene heffingskorting, zonder arbeidskorting; UWV houdt ook vakantiegeld (8 %) apart in.
Voorbeelden
| Bruto maandsalaris (incl. vak.geld) | Dienstjaren | Transitievergoeding |
|---|---|---|
| € 3.000 | 2 | € 2.000 |
| € 3.000 | 5 | € 5.000 |
| € 3.000 | 10 | € 9.999 |
| € 4.500 | 8 | € 11.999 |
| € 6.000 | 15 | € 29.997 |
| € 8.000 | 25 | € 66.660 |
De formule sinds 2020 (Wet arbeidsmarkt in balans)
Transitievergoeding = (bruto maandsalaris ÷ 3) × dienstjaren, waarbij een deel van een jaar naar rato meetelt: bij 5 jaar en 4 maanden dus 5,33 × ⅓ maandsalaris. De vroegere verhoging na 10 dienstjaren en voor 50-plussers is vervallen. Kleine werkgevers kunnen bij ontslag wegens bedrijfsbeëindiging of langdurige ziekte compensatie van UWV krijgen.
Welk maandsalaris telt
Het bruto maandsalaris voor de transitievergoeding is breder dan het kale loon. Het omvat het vaste bruto maandloon, het vakantiegeld (een twaalfde van 8 % van het jaarloon), een vaste eindejaarsuitkering of dertiende maand, vaste ploegen- en overwerktoeslagen, en het gemiddelde van variabele beloningen zoals bonussen, winstuitkeringen en provisies over de laatste drie jaar. Werkgeversbijdragen voor pensioen, een leaseauto en onkostenvergoedingen tellen niet mee. Bij een oproepcontract geldt het gemiddelde loon over de laatste twaalf maanden. Wie de vergoeding zelf narekent, komt met alleen het maandloon vaak 10 tot 15 % te laag uit.
Wanneer geen of een lagere vergoeding
| Situatie | Transitievergoeding |
|---|---|
| Werknemer neemt zelf ontslag | Geen, tenzij door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever |
| Ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar gedrag werknemer | Geen |
| Werknemer bereikt de AOW-leeftijd | Geen |
| Werknemer onder 18 met gemiddeld minder dan 12 uur per week | Geen |
| Faillissement of surseance van de werkgever | Wettelijk verschuldigd, in de praktijk zelden uitbetaald |
| Cao met gelijkwaardige voorziening | Vervangen door de cao-regeling |
| Vaststellingsovereenkomst | Niet wettelijk verplicht, maar de norm in de onderhandeling |
| Ernstig verwijtbaar handelen werkgever | Transitievergoeding plus billijke vergoeding van de rechter |
Wat u met de vergoeding mag doen
De naam suggereert een bestemming, maar die bestaat niet: de transitievergoeding is vrij besteedbaar en hoeft niet aan scholing of outplacement te worden uitgegeven. Wel mag de werkgever bepaalde kosten in mindering brengen, mits u daar vooraf schriftelijk mee hebt ingestemd. Het gaat om transitiekosten die de overgang naar ander werk bevorderen, zoals een omscholingstraject of outplacementbegeleiding, en om inzetbaarheidskosten die tijdens het dienstverband zijn gemaakt voor een opleiding buiten de eigen functie. Kosten voor scholing die nodig was voor de eigen functie mogen nooit worden afgetrokken.
Transitievergoeding en WW naast elkaar
De transitievergoeding en de WW-uitkering staan juridisch los van elkaar: het UWV verrekent de vergoeding niet met de uitkering, en ontvangst van een vergoeding stelt het recht op WW ook niet uit. Wat de WW wél kan uitstellen is de fictieve opzegtermijn. Eindigt het dienstverband met wederzijds goedvinden zonder dat de opzegtermijn in acht is genomen, dan begint de WW pas op het moment waarop de arbeidsovereenkomst bij een reguliere opzegging zou zijn geëindigd. Die periode overbrugt u uit eigen middelen — in de praktijk uit de vergoeding. Reken dat bedrag daarom eerst opzij voordat u de rest van de vergoeding bestemt.
Voor een werkgever met minder dan 25 werknemers bestond tot 2020 een aparte overbruggingsregeling bij een slechte financiële situatie; die is vervallen. Wat bleef, is de compensatieregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid: de werkgever die na twee jaar ziekte de arbeidsovereenkomst beëindigt en de transitievergoeding betaalt, kan die bij het UWV terugvragen. Voor de werknemer verandert dat niets aan het bedrag, maar het verklaart waarom een werkgever in zo'n geval zelden over de hoogte onderhandelt.
Hoe het dienstverband is geëindigd, bepaalt het recht
De transitievergoeding is niet aan een minimale duur van het dienstverband gebonden — sinds 2020 bestaat het recht vanaf de eerste werkdag — maar wél aan de wijze waarop het eindigt. Dat onderscheid levert in de praktijk de meeste misverstanden op:
- Opzegging door de werkgever, ontbinding door de kantonrechter of het niet verlengen van een tijdelijk contract geven recht op de vergoeding, ook bij een contract van enkele maanden.
- Een vaststellingsovereenkomst geeft geen wettelijk recht: de vergoeding is dan onderhandelbaar. In de praktijk wordt de wettelijke vergoeding als ondergrens gehanteerd, en vaak wordt meer betaald omdat de werkgever de procedure bij UWV of kantonrechter vermijdt. Let op de formulering van de reden: alleen bij een neutrale grond blijft het recht op WW in stand.
- Ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar handelen sluit de vergoeding uit, tenzij de rechter dat onredelijk vindt.
- Opzegging door de werknemer zelf geeft geen recht, behalve wanneer de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld; dan kan de rechter zelfs een aanvullende billijke vergoeding toekennen.
De vervaltermijn is kort en hard: drie maanden na het einde van het dienstverband moet een verzoek bij de kantonrechter zijn ingediend, anders vervalt het recht definitief. Dat is geen verjaring die gestuit kan worden — de termijn loopt door tijdens onderhandelingen.
Uitbetaling en belasting
De werkgever betaalt de vergoeding uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband; bij te late betaling is wettelijke rente verschuldigd, en de werknemer heeft drie maanden om een verzoek bij de kantonrechter in te dienen als de vergoeding uitblijft. De vergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking en wordt belast in het jaar van uitbetaling tegen het bijzondere tarief, met een eventuele bijbetaling of teruggave bij de aangifte. Sinds de afschaffing van de middelingsregeling in 2023 kan een hoge vergoeding niet meer over drie jaar worden uitgesmeerd. Alternatieven om de belastingdruk te beperken zijn een storting in een lijfrente of het benutten van de jaarruimte voor pensioen, binnen de fiscale grenzen. De WW wordt niet verrekend met de vergoeding; de gids Ontslag en WW-rechten beschrijft de samenhang met de opzegtermijn.
Veelgestelde vragen
Wanneer heb ik recht op transitievergoeding?
Bij elk ontslag dat van de werkgever uitgaat: via UWV, via de kantonrechter, of doordat een tijdelijk contract niet wordt verlengd. De opbouw begint op de eerste dag van het dienstverband, dus ook een contract van enkele maanden geeft recht, naar rato. Er is géén recht bij ontslag op eigen verzoek, bij ernstig verwijtbaar handelen van uw kant, en bij beëindiging wegens het bereiken van de AOW-leeftijd.
Welk salaris telt?
Het bruto maandsalaris in ruime zin: inclusief vakantiegeld, een vaste eindejaarsuitkering of dertiende maand, ploegentoeslag, en het gemiddelde van de overwerkvergoeding en bonussen over de laatste twaalf maanden. Was uw loon sterk wisselend, dan wordt over de laatste zesendertig maanden gemiddeld. Dit ruimere loonbegrip maakt de vergoeding merkbaar hoger dan een berekening op het kale maandsalaris zou opleveren.
Is de transitievergoeding belast?
Ja. De transitievergoeding wordt belast als loon uit vroegere dienstbetrekking, in het jaar waarin zij wordt uitbetaald. Omdat zij bovenop uw gewone loon en eventuele WW van dat jaar komt, valt een deel ervan vaak in een hogere schijf en bouwt de algemene heffingskorting sneller af — de netto opbrengst ligt daardoor lager dan het brutobedrag doet vermoeden. Bij een vaststellingsovereenkomst is het wettelijke bedrag het minimum, niet het maximum.
Gerelateerde tools & gidsen
Bronnen
Geschreven door Mottalib Radif
MBA INSEAD · Ingenieur (Mines Saint-Étienne) · Persoonlijke financiën en arbeidsrecht
Bijgewerkt op · Redactiestatuut · Contact
Cijfers 2026, laatst bijgewerkt op 2026-09-16